donderdag 12 november 2009

Zoekt God naar leiders?

Leiders hebben invloed, kunnen dingen veranderen, zijn pioniers en bepalen de geschiedenis van de wereld. Tenminste, dat denken we. We kijken naar de ‘grote’ dingen die ze kunnen doen. De werkelijke verandering in het leven gebeurt echter niet door politici, maar in de kleine daden van liefde die mensen elkaar geven. De politiek kan hoogstens ingrijpen als dat – de cornerstone van onze samenleving – niet werkt. En mensen die zichzelf bekwamen in en hun leven opgeven voor kleine daden met grote liefde, zijn de wereldveranderaars.

Laatst las ik ergens: De kerk is de hoop voor de wereld en haar toekomst lig met name in de handen van haar leiders

Mijn tere hartje breekt onder het massale gebruik van het woord ‘leider’ onder christenen. Ik vind het zo’n verdraaiing van de boodschap: gelijkheid, de minste zijn, zelfverloochening, volgen, uitreiken, delen, nederigheid en kleine daden van grote liefde. Dat is werkelijke gemeenschap. We zijn zo gewend aan leiderstermen. Het lijkt wel of we er niet meer zonder kunnen. We zijn verslaafd aan leiders. We moeten er een zijn en we kunnen niet zonder.

Jezus is de hoop van de wereld en haar toekomst ligt met name in de handen van nederige mensen die hun leven opgeven om voor hun medemens te zorgen. Zij kunnen revolutionaire veranderingen aanbrengen door hun belangeloze liefde voor armen en zwakken. Wanneer de armen en zwakken worden verzorgd, dan wordt de toekomst van de wereld bepaald, niet wanneer er geschreeuwd wordt door leiders op podia.

In Amerika las ik eens een fenomenaal grote poster dat op de zijkant van een enorm gebouw geplakt was. Het was reclame van het Amerikaanse leger. De tekst zei: “Wees geen volger. Wees een leider. Je moeder.” De mindset van de maatschappij. Mensen zijn verblind, zien niet meer de eenvoudige daden van grote liefde. We zijn gericht op uiterlijke dingen, ‘grote daden’, meer, meer, meer. Jezus leerde iets totaal anders. Hij leerde de minste te worden en deed dat voor.

Waarom moeten we de minsten worden? Is dat een soort marteldaad voor suffe mensen die toch eigenlijk niet begrijpen hoe belangrijk macht en leiderschap is? Nee, het gaat in tegen materialisme, verslaving en ijdelheid. Dat betekent compleet anders naar kerk kijken. In termen van relaties kijken in plaats van een groot rader aan programma’s. Die taken zijn allemaal bijzaak, dienend voor het grotere geheel. Het kan nooit de bedoeling geweest zijn dat die taken de hiërarchie van de kerk zouden bepalen!

zaterdag 31 oktober 2009

“De Nieuwe Monastiek”, symposium Diemen, 30 oktober 2009


Shane Claiborne heeft de code gekraakt voor 21e eeuwse discipelschap. Ik zie bij mensen en bij mezelf een hele brandende vraag: ik wil Jezus volgen, maar hoe? Shane biedt daarin met de ‘Nieuwe Monastiek’ visie enorm veel; een praktische vertaalslag naar veel van de woorden van Jezus die enigszins naar de achtergrond zijn geschoven in de maatschappelijke perceptie van christendom. De gemeente is bedoeld een gemeenschap te zijn en die behoefte zie je terug bij kerkmensen. Wanneer mensen daarin geen vervulling vinden, dan zie je dat ze gaan zoeken.

Shane Claiborne is voornamelijk beïnvloed door Moeder Theresa, zo werd mij gisteren duidelijk. Sinds hij haar belde en aan de lijn kreeg, is hij daar gaan wonen en heeft meegelopen in het werk van de nonnen. Het werken met de allerarmsten der aarde is zijn motto geworden wat terugkeert door het hele denken rondom de Nieuwe Monastiek. Hij is wat dat betreft zeer katholiek beïnvloed wat alleen al terugkomt in de naam van de beweging: De Nieuwe Monastiek. Kort gezegd wil Shane de kloosters renoveren middenin de 21e eeuwse samenleving.

Wat me aanspreekt in het werk van Shane, is dat er geen leiders worden benoemd; ik heb gisteren een halve dag geluisterd en gekeken naar Shane en de hele dag geen leidersterm gehoord en ook niet het gevoel gehad van hiërarchie binnen zijn team. Er wordt daadwerkelijk iets geboden aan mensen die op zoek zijn discipelschap te zien in hun leven. Ik bewonder mensen die zichzelf kunnen geven in een leefgemeenschap en met de armen gaan werken, maar ik denk dat het achterliggende onderwijs van Jezus ook vorm gegeven kan worden in je huisje waar je midden in je luxe wijk woont. Armenzorg zou je dan kunnen organiseren door met een clubje (zowel christenen als niet-christenen) een stel kinderen van Compassion te ondersteunen. Ik roep maar wat. Mensen uit achterstandswijken uitnodigen voor een royale maaltijd bij jou huis is ook een mogelijkheid.

In plaats van met de vinger te wijzen naar de kerken, kun je juist ook het goede voorbeeld geven door middel van gemeenschapsleven.” (Shane Claiborne)

Ook al is dit een nobel streven, toch kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat het streven in zichzelf heel gedreven kan worden en mensen bergen met energie kan gaan kosten. Je hele drive achter het werk kan dan worden: we zullen laten zien dat het ook anders kan. Ik vind eigenlijk dat christenen best vrijmoedig de ruimte mogen nemen om op een constructieve wijze iets te doen met hun kritiek. Het is zonde om constructieve kritiek die je doorleefd hebt binnen een kerkelijke gemeente voor je te houden. En daarnaast vraag ik me ernstig af of het “positieve getuigenis” van allerlei initiatieven kerken nu zo diepgaand aan het denken zet als veel emergers zouden willen. Hieruit voortvloeiend is mijn proces dat ik steeds minder heil zie in het ‘opstarten’ van dingen en steeds meer heil begin te zien in het vinden van christenen zonder een aparte club op te richten of in de valkuil te stappen van het beter te willen doen.

Volgens mij kunnen die dingen allemaal samen op gaan in de wijk waar je woont en kunnen mensen gaandeweg het proces zelf beslissingen maken op het gebied van kerkbezoek, gemeenschapsleven, armenzorg et cetera. Het wordt dan een reis die je op interkerkelijke wijze met elkaar maakt. Zo sta ik er nu in, maar ik ben me ervan bewust dat ik ook in een proces zit. Ook zie ik daarin veel meer praktische mogelijkheden voor kerken hierin te participeren, terwijl de Emerging Church zo nu en dan toch erg als een apart clubje op me overkomt, ook al is het feitelijk een beweging binnen de kerk. Goed dat er dan op een dag als gisteren mensen uit de kerken uitgenodigd worden.

Toch roept De Nieuwe Monastiek ook vragen op.

1. Hoe wordt er aan de relaties tussen man en vrouw vorm gegeven? Juist door met zo’n dichte concentratie op elkaar te gaan zitten, komt de privacy in het geding en ontstaan er relaties die anders niet zo snel zouden ontstaan. Met andere woorden: is het mogelijk om als ‘gezin’ in één huis te wonen terwijl de meeste groepsleden van elkaars leeftijd zijn en er dus ook sneller relaties kunnen ontstaan die een behoefte opvullen die men mist in zijn eigen huwelijk? De normale huwelijksproblemen die kunnen ontstaan, zoeken sneller hun uitweg naar de relaties binnen het gemeenschapsleven. De kracht van het gemeenschapsleven kan dus tegelijkertijd ook de zwakte worden. De kracht is dat je de noden van armen en zwakken opvult door als gemeenschap er te zijn, maar dat kan ook gemakkelijk verschuiven naar huwelijksproblemen en populariteitskwesties binnen de groep.

2. Vanwege het vorige vraag ik me af of De Nieuwe Monastiek publiekelijk verkondigd moet worden of een meer coachende aanpak nodig heeft. Bij Shane zie ik integriteit en zuiverheid, maar je kunt redelijkerwijs niet verwachten dat hier bij iedereen sprake van is. Ik heb daar teveel verhalen van gehoord door de jaren heen. Een reële vraag is dus: is dit werkelijk dé visie voor 21e eeuws discipelschap of is er een ander vorm mogelijk die meer inspeelt en bescherming biedt voor reële scheefgroei en machtsmisbruik?

3. Hoe geef je vorm aan het oudstenschap? Door een aparte leefgemeenschap te vormen doe je mijns inziens geen recht aan de (oude) mensen die hierin geen deel hebben, maar wel een essentiële rol zouden kunnen vervullen in gemeenschapsleven binnen een wijk. Nogmaals de vraag dus bij mij of je als hoge concentratie op elkaar moet gaan zitten en hoe je daarin oude wijze mannen en vrouwen betrekt.

4. Hoe geef je navolging aan de radicale oproep genezing te brengen? Als ik de woorden van Jezus beluister, dan hoor ik niet alleen dat wonderbaarlijke genezingen een teken van liefde zijn en dat ze “mogelijk voorkomen”. Als ik eerlijk de woorden van Jezus lees, dan krijg ik de indruk dat hij ons wil leren alle zieken te genezen in de omgeving van de christelijke gemeenschap. Hoe geef je daar handen en voeten aan? Is daar onderwijs over? Kennen mensen de principes die Jezus leerde in de echte praktijk? Het adequaat handen en voeten geven aan de heling die je moet brengen in je omgeving; het volgen van Jezus is niet alleen het financieren van de doktersrekening of het ziekenhuis;

5. Waarom gaat de Nieuwe Monastiek terug naar het monastieke? Er is niets nieuws aan, riep Shane al op het podium en daar zit heel wat waarheid in. Ik onderken voor mezelf toch heel sterk de beïnvloeding van Moeder Theresa op het leven van Shane. Daar is niets mis mee. Ik vraag me alleen af of een meer inspirerende invulling van discipelschap niet veel verder terug gaat dan de kloosters, namelijk naar de eerste eeuw. Met alle respect voor Moeder Theresa en alle kerkelijke tradities die relevant zijn geweest voor hun omgeving en in hun eigen tijd. Als ik eerlijk ben, dan denk ik dat het monastieke van de Middeleeuwen waarop De Nieuwe Monastiek zich laat inspireren voor onze postmoderne samenleving, al genoeg heeft laten zien dat een leefgemeenschap toch hele reële gevaren kent die ik hierboven heb afgeschilderd. Maar, voor degenen die hier binnen met zuiverheid en werkelijke armenzorg tóch invulling kunnen geven aan het gedachtegoed, heb ik een groot respect. En ik wil niet ontkennen dat dit ook daadwerkelijk in de praktijk kan voorkomen.

Conclusie: schitterend wat Shane doet. Echt inspirerend, maar is het wat voor mij, is de vraag die door me heen blijft gaan en waarvan ik me kan voorstellen dat het ook bij meerderen aanwezig is. Ik zie de Nieuwe Monastiek als een positieve beweging die bijdraagt aan de zoektocht van mensen naar een praktische invulling van discipelschap. Toch denk ik dat een werkelijk revolutionaire beweging aandacht hoort te geven aan gebedsgenezing, de lokale eenheidsbevordering tussen kerkmensen en de gemeenschapsbevordering die “van binnenuit” een ommekeer zou kunnen geven.

zaterdag 24 oktober 2009

Boek: "Dus jij wilt niet meer naar de kerk?"



Klik hier om een gratis gedeelte te lezen van het boek!

Enkele citaten uit het boek:

"Het spijt me, maar ik moet deze zeepbel echt even doorprikken: elke grote ketterij die Gods volk de afgelopen 2000 jaar heeft geslikt, kwam voort uit de gevestigde kerken en groepen, door toedoen van ‘leiders’ die dachten dat ze de gedachten van God beter kenden dan de anderen in hun omgeving. En omgekeerd is het zo dat letterlijk elke beweging van God onder mensen die hongerden naar Hem, werd afgewezen door de ‘kerk’ van die dagen; de mensen werden buitengesloten, geëxcommuniceerd of zelfs geëxecuteerd omdat ze God wilden volgen."

"Het meeste van wat we vandaag de dag ‘kerk’ noemen is niet meer dan goed georganiseerde optredens, waarbij er nauwelijks relaties bestaan tussen de bezoekende gelovigen. Gelovigen worden aangemoedigd om in toenemende mate afhankelijk te zijn van het systeem of het leiderschap van de gemeente, in plaats van afhankelijk te zijn van Jezus Zelf."

"Ik ben op zoek naar mensen die hun geld niet verkwisten aan imposante gebouwen of indrukwekkende programma’s en naar plaatsen waar mensen die naast elkaar zitten geen vreemden voor elkaar zijn, waar iedereen deel kan nemen aan het samenzijn als priester van God, in plaats passief toe te zien vanaf een veilige afstand."

"Misschien is het in de buurt waar je woont of op je werkplek. Je kunt ook samenwerken met anderen in hulpverleningsprojecten voor arme mensen, daklozen, zwervers en andere gebroken mensen in je omgeving, als een manier om je leven in Hem te delen met anderen die dezelfde honger hebben."

zaterdag 17 oktober 2009

Shane Claiborne op CNN

zondag 4 oktober 2009

Kerkverlating: discrepantie onder christenen?


Ook al verlaat je als gelovige misschien de kerk, je blijft deel van het lichaam en daardoor van elkaar. Door een kerk te verlaten ben je niet los van de kerk of het lichaam. De zondagsdiensten - met na afloop koffie - niet (meer) bezoeken betekent niet dat je geen deel meer hebt aan de kerk. De 'onderlinge bijeenkomsten' of beter gezegd 'broederschap' c.q. fellowship waar de Bijbel over spreekt, kun je prima handen en voeten geven in je eigen wijk. Juist in je eigen wijk, want daar ligt de uitdaging van de kerk om relevant te zijn. Verder weiger ik ook deel te nemen aan enige vorm van geldverslindende show in eigen gebouwen die niet bijdragen aan de toerusting van het brengen van heling in je omgeving. Gebouwen waar op het podium opgeroepen christen te zijn op je werk, maar de gevolgen er niet bij vermeld worden van mogelijk banenverlies voor hardwerkende vaders en moeders. Dat getuige heeft juist betrekking op de kerk in zijn geheel: verkoop je gebouw, ondersteun de armen en ga in liefde samenleven op de plek waar je met elkaar gesteld bent. Ontmoet mensen over de kerkmuren heen. Ik weiger door niet-christenen geassocieerd te worden met iedere vorm van kerk die de indruk wekt van verdeeldheid en consumptie op het geestelijke vlak. Als mensen mij vragen of ik naar de kerk ga, schud ik dikwijls mijn hoofd. Ik ga immers niet naar de kerk, ik ben de kerk samen met al die lieve christenen die bij mij in de buurt wonen en waar ik contact mee heb. Het is de bedoeling dat mensen in hun leven een ervaring zullen hebben van de kerk die naar hen toe komt, die naar hen omziet en van hen houdt.

We krijgen niet alleen de ruimte, maar ook de verantwoordelijkheid van God om negatieve associaties die er van de kerk gevormd zijn te doorbreken. Niet alleen maar kijken hoe we relevant en contextueel kunnen zijn, maar ook terug naar de basis van discipelschap en elkaar daarin scherp houden. Praktische liefde tonen naar elkaar. Dat gemeenschapsleven waar de schepping om schreeuwt begint niet met allerlei conferenties, themadagen, statuten of liturgieën, maar door elkaar simpelweg te begroeten op straat en in de supermarkt. Dat blijkt al een enorme uitdaging voor mensen te zijn die gewend zijn elkaar te ontmoeten in de kerkgang. Achter die hele wereld van christelijke vakbladen zit een ongeschreven realiteit die de weerbarstige praktijk bloot legt en roept om een radicale terugkeer naar de eerste beginselen van gemeenteleven: gemeenschap zijn in de buurt waar je gesteld bent. Stop elkaar niet in hokjes van 'pijn', 'verbittering' en 'kritiek', maar behandel elkaar als gelijken. Welke dienstbaarheid spreekt er uit om je medechristen in een hokje te stoppen? Maak het niet moeilijker dan het is. Beleg daarentegen relevante discussieavonden als kerk zijnde. Onderzoek waarom mensen weggaan. Laat ze aan het woord. Nodig ze uit. Laat hen iets delen. En help hen waar nodig om hun pijn en kritiek constructief te maken tot opbouw van de gemeente. Het grootste gevaar van de kerk is niet atheïsme of de evolutietheorie, maar innerlijke verdeeldheid en materialisme. Dan loopt het getuigenis spaak.